In een pensioenregeling kunnen werkgevers en werknemers te maken krijgen met wijzigingen in de franchise en/of de pensioenpremie. Deze wijzigingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor zowel de maandelijkse kosten als de pensioenopbouw.
Wanneer wordt het pensioengevend salaris vastgesteld?
Het pensioengevend salaris wordt jaarlijks vastgesteld, vaak op een vaste peildatum (bijvoorbeeld 1 januari). Dit gebeurt op basis van het brutojaarsalaris op die datum, inclusief vaste toeslagen (zoals vakantiegeld en een eventuele 13e maand) en soms ook met eenmalige toelagen- en/of vergoedingen van het voorgaande jaar (dit is vastgelegd in het pensioenregelement of de cao).
Bij wijzigingen in pensioenpremie of franchise, wordt de aanpassing meestal doorgevoerd per dezelfde peildatum of per de ingangsdatum van de wijziging zoals vastgelegd in de pensioenregeling of cao. De aangepaste premie en/of franchise gelden dan vanaf dat moment voor de verdere opbouw en premie-inhouding.
Wat is de franchise?
De franchise is het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op het bruto jaarsalaris om de pensioengrondslag te bepalen. De reden hiervoor is dat werknemers over een deel van hun inkomen (bijvoorbeeld via de AOW) al een basispensioen ontvangen.
Hieronder leggen we in een aantal voorbeelden uit en wat de impact is van een wijziging in de premie en/of een wijziging in de franchise voor werkgevers en werknemers.
Voorbeelden
- Franchise omhoog + premie blijft gelijk
Voor werknemers:
Minder pensioenopbouw, want je bouwt over minder salaris pensioen op.
Premiepercentage blijft gelijk, maar omdat de pensioengrondslag kleiner is, betaal je iets minder premie.
Daardoor heb je een iets hoger nettoloon.
Voor werkgevers:
De franchise stijgt → werknemers bouwen over een kleiner bedrag pensioen op.
Premiepercentage blijft gelijk → premie wordt berekend over een kleinere grondslag → lagere werkgeverslasten.
Conclusie: Bij een hogere franchise en gelijkblijvende premie bouwen werknemers minder pensioen op en hebben ze een klein voordeel in hun nettoloon. Voor werkgevers dalen de kosten. Dit lijkt financieel gunstig voor beide partijen, maar betekent in de praktijk een versobering van de pensioenregeling — iets dat nadelige gevolgen kan hebben voor de aantrekkelijkheid van het arbeidsvoorwaardenpakket.
2. Franchise omhoog + premie omhoog
Voor werknemers:
Pensioengrondslag wordt kleiner → er wordt over een kleiner deel van het salaris pensioen opgebouwd.
Premie stijgt → hogere inhouding op het bruto loon.
Netto resultaat: werknemers betalen méér, maar bouwen minder pensioen op. Dit is dus dubbel nadelig.
Voor werkgevers:
Premie stijgt → hogere werkgeverslasten.
Franchise stijgt → dempt de stijging enigszins, omdat er over minder loon pensioen wordt opgebouwd.
Netto resultaat: kosten stijgen, maar minder sterk dan wanneer alleen de premie omhoog was gegaan.
Conclusie: Werknemers en werkgevers betalen meer, maar werknemers krijgen daar (vaak) minder pensioenopbouw voor terug — tenzij de premieverhoging dit volledig compenseert.
3. Franchise omhoog + premie omlaag
Voor werknemers:
Pensioengrondslag wordt kleiner → minder pensioenopbouw.
Premie daalt → lagere inhouding op het loon, dus hoger nettoloon.
Netto resultaat: op korte termijn financieel voordeel (meer nettoloon), maar op de lange termijn een lager pensioen.
Voor werkgevers:
Premie daalt → lagere loonkosten.
Franchise stijgt → minder pensioenopbouw voor werknemers.
Netto resultaat: gunstig voor het werkgeversbudget, maar kan leiden tot onvrede bij werknemers zodra zij de verslechtering van hun pensioen beseffen.
Conclusie: Financieel aantrekkelijk op korte termijn, maar pensioenopbouw verslechtert — een versobering van de arbeidsvoorwaarden.
4. Franchise omhoog + herverdeling premie (andere verdeling van de premie tussen werkgever en werknemer)
Voor werknemers:
Franchise omhoog → minder pensioenopbouw.
Werknemersdeel premie stijgt → meer inhouding op nettoloon.
Netto resultaat: dubbele achteruitgang (hogere kosten én minder opbouw).
Voor werkgevers:
Kosten mogelijk gelijk of lager.
Arbeidsvoorwaardelijke verslechtering → risico op ontevreden personeel of personeelsverloop.
Conclusie: Budgettair voordelig voor werkgevers, maar de pensioenregeling wordt minder aantrekkelijk. Dit kan gevolgen hebben voor personeelsbehoud en -tevredenheid.
5. Franchise omlaag + premie blijft gelijk
Werknemers:
Pensioengrondslag stijgt → meer opbouw.
Premiepercentage blijft gelijk, maar over een grotere grondslag → meer premie-inhouding.
Netto resultaat: lager nettoloon, hogere pensioenopbouw.
Werkgevers:
Premiepercentage blijft gelijk, maar over grotere grondslag → hogere werkgeverskosten.
Netto resultaat: stijgende loonkosten, betere pensioenregeling voor personeel.
Conclusie: Pensioenopbouw verbetert, maar netto kosten stijgen voor beiden.
6. Franchise daalt + premie stijgt
Werknemers:
Pensioengrondslag wordt groter → meer opbouw.
Premiepercentage stijgt én wordt toegepast op grotere grondslag → duidelijke stijging van premie-inhouding.
Netto resultaat: flink lager nettoloon, maar wel meer pensioenopbouw.
Werkgevers:
Betalen meer premie over een groter bedrag → forse stijging van loonkosten.
Netto resultaat: kosten nemen sterk toe, pensioenregeling wordt royaler.
Conclusie: Grote verbetering pensioenopbouw, maar dure wijziging voor werkgever én werknemer.
7. Franchise daalt + premie daalt
Werknemers:
Pensioengrondslag wordt groter → meer opbouw.
Premiepercentage daalt, maar wordt geheven over een groter bedrag → effect op premie-inhouding kan neutraal of licht stijgend zijn.
Netto resultaat: pensioenopbouw stijgt, nettoloon daalt minder of blijft stabiel.
Werkgevers:
Premiepercentage daalt → kosten per werknemer dalen, maar bredere grondslag kan dit deels compenseren.
Netto resultaat: kostenstijging wordt beperkt of zelfs neutraal.
Conclusie: Slimme balans: pensioenopbouw stijgt, zonder dat kosten hard stijgen.